Doelen stellen betekent dat je van tevoren duidelijk bedenkt wat je wilt bereiken met leren. Niet vaag ('ik ga leren'), maar concreet: wat wil je straks kunnen, wanneer is het goed genoeg, en hoe ga je dat aanpakken (stapjes/plan).
Wat heb je eraan?
Je weet beter waar je op moet letten en raakt minder snel kwijt wat belangrijk is.
Je kunt je leren opdelen in kleine stappen, waardoor het minder groot en stressvol voelt.
Je merkt sneller of je op koers ligt, en je kunt op tijd bijsturen.
Het geeft vaak ook meer motivatie: je ziet vooruitgang, en dat werkt aanstekelijk.
Voorbeelden
Een leerdoel formuleren (SMART)
Doelgroep: groep 8 / brugklas Duur: 45–50 minuten Doel van de les: Leerlingen kunnen een klein, haalbaar leerdoel formuleren volgens de SMART-methode en hierop reflecteren.
Doelgroep: groep 8 / brugklas Duur: 45 minuten Doel van de les: Leerlingen leren het verschil tussen een wens en een werkbaar doel, en maken een concreet stappenplan voor één persoonlijk doel.
De Nieuw-Zeelandse hoogleraar Onderwijskunde John Hattie heeft veel onderzoek gedaan naar wat werkt. Doelen zijn bij Hattie geen 'leuke extra', maar de motor van leren. Zonder doelen kun je niet goed sturen, monitoren of verbeteren. Doelen geven dus richting aan aandacht en inspanning. De aandacht wordt selectiever (‘hier moet ik op letten’), de inspanning wordt gerichter en je raakt minder snel ‘verdwaald’ in taken.